Dag vijf (?), in alle geval de dag dat Belgium de Engelsen ook met de A-ploeg in de pan hakten, in Spitsbergen beter bekend als ZEEZOOGDIEREN-dag.
Better Moments, zo heet de maatschappij bij wie we op onze eerste dag, na consultatie van het lokale weerbericht, onze safari naar de dichtstbijgelegen walrussen boekten. En dat zouden we geweten hebben…
Het weerbericht was wel verkeerd, behalve dat er inderdaad weinig of geen wind was, dus zouden we sowieso het Poolepynten-punt op een eilandje ten westen van Longyearbyn kunnen bereiken, want geen metershoge golven. Hoog genoeg weliswaar voor Jan om de hele trip op het achterdekje ‘in de frisse lucht’ mee te maken (heen en terug). Maar walrussen die waren er dus wel (read on).
Dus, na een drie uur Bobbenjaanlands-gewijs te hotsen en botsen in de mistige miezer met zicht op vrijwel niks, konden we de boot een tweede keer stilleggen. De eerste keer was om een close-up te nemen van ons eerste zeezoogdier van de dag, een minke whale die een stuk lumber bleek te zijn met een tak in de vorm van een rugvin. Gauw deleten al die foto’s dus…
Maar tweede keer goede keer. Met de kleine opblaas-Dinghy verlieten we in shiften de overdekte speedboot om op Poolepynten aan land te gaan. Met wind mee richting de walrussen (er lagen er een stuk of 20), enerzijds om die beestjes, die liggen te liggen, en absoluut niet mogen gestresseerd geraken, niet te laten verschieten, en anderzijds om als observator zelf niet in zwijm te vallen van de afschuwelijke stank die, ik weet niet uit welk van de lichaamsopeningen (waarschijnlijk allemaal tegelijk) die beesten verlaat.

De beesten verder beschrijven doe ik niet. Een foto zegt meer dan duizend woorden en Jan heeft er een duizendtal (niet overdreven) geschoten, waaruit een strikte selectie voor deze blog…




Dan terug de boot op om na twee en half uur roller-coaster-gewijs (met een stopje aan een klif met kleine alken, zeekoeten en een grote burgemeester) terug aan te meren in Longyearbyn-Centraal.
Maar dan was de dag nog niet om. We gingen nog eten maken, voor bij de voetbal: Noorse zalm met baby spinach, broccoli-shoots, onze witte saus die Jan en Gert enkele dagen terug hadden ontdekt, venkel, en een gekookt potet-je (Noors voor… jawel). Vergezeld een Vignamaggio (Terre di Prenzano, Gallo Nero, 2016). Hazard had net de 2-0 gescoord en toen werd er ‘Beluga’ geroepen. Zonder jas en met losse wandelboots de kamping-shed uitgestormd tot in de haven (slechts een goeie 2 km verderop), waar we, ook weer zonder overdrijven, tussen de 15 en 25 Beluga’s de Adventfjorden zagen binnenzwemmen. Ik had nog geen looptraining gehad deze week, dus dat sprintje naar de haven kon er wel af. En zo konden we, wel niet met Jan zijn kanon, enkele kiekjes (en filmpkes) schieten. Genoeg adrenaline om nog effie op te teren vooraleer te gaan maffen. De zon is ondertussen erdoorgekomen (’t is 20:00u), en omdat het nog steeds windstil is gaan we de antenne voor de radio vanavond nog opstellen. In de hoop dat ook de poolvos curieus genoeg is om naar onze installatie te komen zien.
Wordt vervolgd!
En hier is het vervolg… De antenne stond net op, en Gert had zijn eerst QSO gemaakt, en daar was de Spitsbergse Reinaert!

(Peter)

Geweldig wat jullie daar allemaal beleven en te zien krijgen. Wie hier niet stiekem jaloers op wordt is zijn gevoel voor avontuur kwijt. Ik geniet met volle teugen van jullie blog en krijg zo een beetje het gevoel dat ook ik erbij ben… misschien schrijf ik volgende keer zelf in de blog 😉